/
Текст
VERTROUWELIJK
MAI 1END
CHEF VAN DEN GENERALEN STAF
PANTSERWAPEN
O NTWE RP-VOORSCH Rl FT
Vastgesfe/d bij aanschrijving van dan Chef van den Generalen Sial van 29 Mei 1946,
CHEF VAN DEN GEN ERALE N STAF
PAHTSERWAPEH
ONTWE R P-VOO RSC H RI FT
BESA
MITRAILLEUR VAN 7.92 m m MODEL 3, 3* en 4
No. 1667
VERTROUWELIJK
De gegevens en inllchtlngen uit dit
vocrschrift meger. niet aan de pers of
aan onbevoegden verstrekt worden.
Vastgesteld bij aanschrijving van den Chef van den Generalen Staf
van 29 Mei 1946, No. H:5186:852
INHOUD
WENKEN VOOR DE INSTRUCTIE
Hoofdstuk
Biz.
I Algemeen ................................. 5
П Inleiding tot het wapen ............................... 6
Ш Uit elkaar nemen en in elkaar zetten ........ 7
Uit elkaar nemen ............................ 7
In elkaar zetten ........................... 10
Verder uit elkaar nemen .................. 10
IV Werking .................................... 12
Voorwaartsche beweging ..................... 13
Achterwaartsche beweging .................. 14
Aanvoer van de patronen ................ 15
V Directe storingsreactie .................... 16
VI Onderhoud .................................. 20
Zorg voor het inwendige van den loop ....... 20
Schoonmaken en smeren ...................... 21
Schoonmaken van het wapen ................ 23
VH Hanteeren van het wapen .................. 25
Aanhangsel I Onderhoudstabel ................. 26
Aanhangsel П Besa Mitrailleur 7,92 mm M. 3,3* en 4 27
3
PANTSERVOORSCHRIFT
ONTWERP-VOORSCHRIFT No. 1667
(BESA MITRAILLEUR VAN 7,92 mm MODEL 3, 3* en 4)
Wenken voor de instructie.
De volgende beginselen moeten worden toegepast:
Voorbereiding: De les moet grondig zijn voorbereid, de
klas op de juiste wijze opgesteld en alle benoodigdheden
bij de hand.
Demonstratie: De instructeur geeft een demonstratie van
hetgeen in de les behandeld wordt.
Verklaring: Een korte uiteenzetting van de gedemon-
streerde handelingen.
Navolging: De leerlingen doen hetgeen door den instruc-
teur werd voorgedaan, na.
Ondervraging: Een grondige ondervraging van de leer-
lingen om zeker te zijn dat alle punten van de les zijn
begrepen.
Bovenstaande volgorde moet met soepelheid worden toe-
gepast. In sommige lessen kan demonstratie en verklaring
worden samengevoegd, terwijl bij andere het nadoen over-
bodig kan zijn.
Bij alle practische oefeningen moet de instructeur zich er
op toeleggen de klas zoo te oefenen dat een hoog peil van
vaardigheid in het uitvoeren der verschillende handelingen
bereikt wordt.
HOOFDSTUK I
ALGEMEEN
Dit voorschrift behandelt de 7,92 mm Besa mitrailleur
(Model 3).
De bijzonderheden van de Modellen 3;:' en 4 zijn in een
aanhangsel vermeld.
Het voorschrift moet als grondslag dienen voor de in-
o
structie in het wapen en omvat speciaal de onderwerpen
die behandeld kunnen worden, wanneer het wapen uit
het gepantserde voertuig is genomen voor oefeningen
binnenkamers.
Het moet gelezen worden tezamen met de voorschriften
betreffende het gepantserde voertuig, waarin het wapen
is gemonteerd.
HOOFDSTUK II
INLEIDING TOT HET WAPEN
Benoodigdheden: Wapen, goed opgesteld (op instructie
bok). Patroonbandkistje, patroonband en exercitiepatro-
nen. Reserveonderdeelen en kist.
Opm. Onder geen enkele omstandigheid mag, behalve op
de schietbaan, scherpe munitie worden gebruikt voor
oefendoeleinden. Voor den aanvang van iedere les moet
de instructeur nauwkeurig alle exercitiepatronen en ban-
den nakijken.
Naam: Besa mitrailleur 7,92 mm M.3.
Gewicht: 56 Eng. ponden (compleet).
Kaliber: 7,92 mm.
Aanvangssnelheid: 808 M per sec.
Afstand: De afstand-verdeeling is in de nieuwste teles-
copen gegraveerd van 6—1200 yards (~ 100 M).
Vuursnelheid: 750 schoten per minuut.
Werking: De mitrailleur werkt door gasdruk en sluitveer.
De kracht van het gas drijft de bewegende deelen naar
achteren en spant de sluitveer. Zoodra de gasdruk op-
houdt, drukt de sluitveer de bewegende deelen naar voren.
Muni tie: De patroon bezit geen hulsrand en bestaat uit
de patroonhuls met slaghoedje,. de voortdrijvende lading
en den kogel. Er gaan 225 patronen in een metalen band
of een katoenen band met metalen schakels. Elke munitie-
soort is gemerkt met een gekleurden ring om het slag-
hoedje.
6
Kogel .................... paars
Lichtspoor................ rood
Pantserkogel.............. groen
Brandkogel ............... blauw
Gereedschap en reserveonderdeelen: Gereedschap voor het
uit elkaar nemen en onderhoud, alsmede reserve-onder-
deelen worden meegevcerd.
Kenmerken: Werkt door gasdruk; luchtgekoeld; mogelyk-
heid tot snel verwisselen van den loop (wanneer de mi-
trailleur niet in het voertuig gemonteerd is) ; sterk mecha-
nisme; weigert zelden; buffer voor terugstoot.
Demonstrate: De instructeur zal demonstreeren „Gereed-
maken tot vuren” — „Vuur” — „Ontladen”. Hierby zal
nog niet in bijzonderheden getreden worden.
HOOFDSTUK Ш
UIT ELKAAR NEMEN EN IN ELKAAR ZETTEN
Doel: Het doel van het uit elkaar nemen is: schoonmaken,
smeren en inspecteeren van het wapen, of vervangen van
een defect onderdeel.
Regels voor het uit elkaar nemen: Controleer eerst of
het wapen niet geladen is. Neem het uit elkaar in de
juiste volgorde.
Overhaast je nooit.
Gebruik het voorgeschreven gereedschap op de juiste
wijze.
Leg de onderdeelen op een schoone droge plaats.
Opm: Wanneer het deksel geheel geopend is, mag dit
niet krachtig tegen den nok van den sluitwervel 'worden
gedrukt. От te grooten druk op de schamieren te voor-
komen, mag het deksel nooit zonder steun geopend blijven.
Uit elkaar nemen
Benoodigdheden: Wapen goed opgesteld (op instructie
bok).
7
Volgorde: Verwijder het gasschild.
Span het-wapen.
Druk den duimpal omlaag en schuif de beugelkrop geheel
naar voren.
Laat den duimpal los en trek den beugelkrop naar achte-
ren tot deze’door den duimpal wordt tegengehouden.
Het is noodzakelijk voor het uit elkaar nemen het wapen
te spannen en de werkende deelen naar achteren te
brengen.
Neem de yolgende onderdeelen als volgt uit het wapen:
Loop: Licht den sluitwervel ruim 1 cm op en schuif dezen
naar voren tot hy stuit. Sla den sluitwervel omhoog.
Licht het achtereinde van den loop omhoog tot het vrij
is van het verbindingsstuk en schuif den loop naar voren.
Hierdoor wordt de loop uit zijn geleidingen vrijgemaakt
en kan naar voren worden uitgenomen.
Deksel: Trek de sluitpen zoover mogelijk uit. Open het
deksel zoover dat het van het staartstuk kan worden
afgenomen. Druk de sluitpen weer naar binnen.
Bandgeleider: Druk op den pal en licht den geleider naar
boven uit.
Bandaanbrenger: Licht dezen naar boven uit, verwijder
de aanbrengschuif met (aanbreng)pal.
Afsluiter: Verwijder deze door den achterkant op te lich-
ten en terug te schuiven.
Ontspan de bewegende deelen: Druk met een hand op het
verbindingsstuk en breng de bewegende deelen onder con-
trols naar voren door de beugelkrop naar achteren te
trekken, waarbij op den duimpal wordt gedrukt, en ver-
volgens de beugelkrop krachtig naar voren te schuiven
tot deze stuit.
Haal den trekker over en trek de beugelkrop zoover
mogelijk achteruit. Laat den trekker los en schuif de
beugelkrop op haar plaats.
Sluitveergeleiderblok en sluitveer: Duw het sluitveerge-
leiderblok naar voren, waarbij het wapen goed wordt vast-
8
gehouden, tot het blok vrij is van de geleidingen in het
staartstuk. Licht het blok een weinig op en trek het
daarna snel naar achteren.
Verbinding sstuk en zuigerstuk: Licht de beide deelen op,
met een hand aan het zuigerstuk en de andere aan het
achtereind van het verbindingsstuk. Schuif het zuiger-
stuk af.
Foto No. 1
Aanbrengkruk met armen: Draai de bovenste arm een
weinig naar binnen en licht de aanbrengkruk uit.
Beugelkrop: Licht het achterplaatje, dat zich aan de
achterzijde van het staartstuk bevindt omhoog, haal den
trekker over en trek de beugelkrop langzaam en zoo ver
mogelijk naar achteren. Laat den trekker los. Schuif de
beugelkrop van het wapen af. Breng het achterplaatje
omlaag.
9
In elkaar zetten
Beugelkrop: Schuif het achterplaatje omhoog en breng
de beugelkrop met de groeven in de geleidrichels van
het staartstuk. Schuif de beugelkrop naar voren, met
den duimpal omlaag gedrukt.( niet aan den trekker ко*
men). Breng het achterplaatje omlaag en trek de beugel-
krop naar achteren.
Aanbrengkruk met armen: Herplaats de aanbrengkruk en
draai den bovensten arm naar rechts om zeker te zijn,
dat de nok van den benedenarm op de juiste wijze in de
groef van het zuigerstuk glijdt.
Verbindingsstuk en zuigerstuk: Schuif de bovenrichels
van het zuigerstuk zoo ver mogelijk naar voren in het
staartstuk en leg beide deelen op hun plaats. Let er op
dat de nok van den benedenarm van de aanbrengkruk
grijpt in de groef van het zuigerstuk. Schuif het zuiger-
stuk heen en weer om de werking te controleeren; de
bovenste arm van de aanbrengkruk moet dan naar links
en naar rechts bewegen.
Sluitveergeleiderblok en sluitveer: Neem het sluitveerge-
leiderblok in de rechterhand en druk de sluitveer zoo
ver mogelijk op den sluitveergeleider. Plaats den sluitveer
in het zuigerstuk, houd de veer met een hand vast en
druk den sluitveergeleider naar voren tot hij in het zuiger-
stuk glijdt. Druk het geleiderblok in het staartstuk en
laat de veer zich ontspannen. De veer zal dan de geleider-
blok op zijn plaats brengen.
Span het wapen: Blijf met een hand op het verbindings-
stuk drukken.
Plaats de volgende onderdeelen:
Afsluiter.
Bandaanbrenger (met den pal in de aanbrengschuif. Let
er op dat de pal in het gat van den bovensten arm van
de aanbrengkruk grijpt).
10
Foto No. 2
Bandgeleider.
Deksel: Plaats het deksel. Zorg ervoor dat de scharnieren
goed in de tappen van het staartstuk grijpen. Sluit het
deksel en druk de sluitpen naar binnen.
Loop: Houd het achtereind van den loop omhoog, waar-
door de gasbuis vrij blijft van het staartstuk en bescha-
diging voorkomen wordt, en schuif de geleidrichels van
den loop in de geleidingen van het staartstuk. Trek den
loop naar achteren tot de kraag van den loop boven de
groeven is van het verbindingsstuk. Laat den loop omlaag
zakken tot deze in het verbindingsstuk komt te liggen.
Druk den sluitwervel naar rechts tot deze op den op-
staanden rand van het staartstuk komt te liggen en sla
hem vervolgens met de hand naar achteren in zijn lig-
plaats.
Controle: Controleer het wapen door het te spannen en
de bewegende deelen langzaam naar voren te laten komen.
(Let er van te voren op, dat de loop goed is bevestigd).
Plaats het ffasschild.
11
Verder uit elkaar nemen
Benoodigdheden: Wapen goed opgesteld (op instructie-
bok.
Combinatiesleutel.
Exercitiepatroon of drevel.
Gasbuis: Druk de borgveer voor de mouw (om de gasbuis)
omlaag met de exercitiepatroon of den drevel, en draai
de mouw. De borgveer blijft ingedrukt tot de kragen vrij
zijn van den loop. Neem gasbuis en — regelaar van den
loop af door voorwaarts en van den loop af te draaien.
De gasbuis komt hierdoor vrij. Schuif de mouw van de
gasbuis, verwijder de borgveer en druk den gasregelaar
naar buiten. In elkaar zetten geschiedt in omgekeerde
volgorde.
Patroontrekker met stift en veer: Druk op den patroon-
trekker (hierdoor wordt de stift vrij gemaakt uit zijn lig-
plaats). Verwijder stift, veer en patroontrekker.
In elkaar zetten geschiedt in omgekeerde volgorde.
Slagpin en veer: Druk de slagpinstift naar buiten. Door
de spanning van de slagveer zal den slagpin uit den af-
sluiter springen, wanneer de stift verwijderd wordt.
Let er derhalve op dat slagpin en veer niet zoek raken.
Bij het in elkaar zetten wordt eerst de veer geplaatst,
met de stift nog los. Vervolgens de slagpin en wel zoodanig
dat de uitfreezing tegenover de stift komt. Daarna wordt
de slagpin naar voren en de stift naar binnen geduwd.
Verwijder den sluitwervel door dezen 45° op te lichten en
naar achferen te schuiven.
Andere onderdeelen mogen door den mitraillist niet uit
elkaar worden genomen.
HOOFDSTUK IV
WERKING
Benoodigdheden: Wapen gosd opgesteld (op instructie-
bok).
12
Patroonbandkistje, patroonband en exercitiepatronen.
Ledige huls.
Wandplaten (mechanisme).
Opm: De instructeur moet er den nadruk opleg gen, dat
in deze les een snelle en samengestelde beweging wordt
ontleed. De klas moet zich de snelheid waarmede het
wapen vuurt steeds voor oogen houden.
Doel: Den schutter vertrouwen in zijn wapen geven en hem
in staat te stellen het met verstand te bedienen en ge-
breken te onderkennen wanneer deze voorkomen.
Voorwaartsche beweging
Voorbereiding: Verwijder het gasschild, den loop, het dek-
sel, de beugelkrop en de sluitveer. Schuif de bewegende
deelen naar achteren en plaats den band met de eerste
patroon ter hoogte van de kamer.
Demonstratie: Duw de bewegende deelen langzaam naar
voren.
Uiteenzetting;
Zuigerstuk en afsluiter: Wanneer aan . den trekker wordt
getrokken, treedt de spanningnok van den tuimelaar uit
de spanning van het zuigerstuk waardoor het zuigerstuk
naar voren wordt gedreven door den buffer- en sluitveer.
De afsluiter gaat eveneens naar voren daar deze tegen het
onderste verticale gedeelte van den oploop stuit.
Aanbrengen van de patroon: Terwijl de afsluiter naar
voren gaat, drijft de inbrengvleugel van den afsluiter
een patroon uit den patroonband in de kamer.
Sluiten van de kamer: Het achterste gedeelte van den
afsluiter wordt van het verticale gedeelte van den op-
loopnok gelicht, doordat de geleidrichels aan den zijkant
van den afsluiter over de nokken aan de binnenzijde van
het verbindingsstuk glyden. Het achtereind van den af-
sluiter glijdt over het schuine vlakje van het zuigerstuk
omhoog waarna het stuitvlak op het verbindingsstuk een
13
achterwaartsche beweging van den afsluiter onmogelijk
maakt.
Working van den patroontrekker: (Wanneer de afsluiter
grendelt):
Trjdens de laatste beweging van den afsluiter grijpt de
patroontrekker in de groef van de patroon.
Afvuren: Door een verdere voorwaartsche beweging van
het zuigerstuk drijft de hamer de slagpin tegen het slag-
hoedje in de patroon en het schot gaat af.
Achterwaartsche beweging
Voorbereiding: Verwijder het gasschild, den loop, het dek-
sel, de beugelkrop en de sluitveer. Plaats een ledige huls
op het voorvlak van den afsluiter en druk de bewegende
deelen naar voren.
Demonstratie: Duw de bewegende deelen langzaam naar
achteren.
Uiteenzetting:
Sluiten van de kamer: Bij het afgaan van het schot doet
de explosie de patroonhuls naar alle zijden uitzetten en
zoo de kamer afsluiten.
Beginstoot (van de explosie): De explosie doet zich voelen
op het voorvlak van den afsluiter en drukt dezen met
zuigerstuk, verbindingsstuk en loop, die alle aan elkaar
gekoppeld zijn, naar achteren. Deze beweging wordt ver-
traagd door het verbindingsstuk, waardoor de veer in
het deksel gespannen wordt. Wanneer de veer zich ont-
spant worden loop en verbindingsstuk weer naar voren
gedreven.
Working van den gasdruk: Het gas dat den kogel door
den loop drijft ontsnapt gedeeltelijk door de gasopening
in den loop. Dit gedeelte komt door den gasregelaar in
de gasbuis, waar het drukt tegen den zuigerkop. Hier-
door wordt de beweging van het zuigerstuk naar achteren
voortgezet.
14
Openen van de kamer: Deze beweging van het zuigerstuk
gaat aan het openen van de kamer vooraf. De kamer is
geopend wanneer het schuine vlak van den hamer den
afsluiter van het stuitvlak op het verbindingsstuk trekt.
Uittrekken en uitwerpen van de huls: Nadat de kamer
is geopend wordt de afsluiter naar achteren bewogen
door het zuigerstuk. De leege huls wordt door den pa-
troontrekker uit de kamer getrokken en uitgeworpen,
wanneer zij tegen den uitwerper op den bandgeleider
stoot. De huls valt door de opening in het zuigerstuk en
door het hulzengat in het staarstuk uit het wapen.
Spannen van de sluitveer: Bij de achterwaartsche bewe-
ging der onderdeelen wordt de sluitveer gespannen.
Aanvoer van de patronen
Voorbereiding: Als bij de voorwaartsche beweging.
Uiteenzetting:
Gedurende voorwaartsche beweging: Wanneer het zuiger-
stuk naar voren gaat, doet de nok op den benedenarm
van de aanbrengkruk, die in het zuigerstuk grijpt, den
bovensten arm van de aanbrengkruk, de aanbrengschuif
en den aanbrengpal naar rechts gaan. Wanneer de aan-
brengpal naar rechts gaat, wordt deze door den band
en de patroon ingedrukt tot de pal weer in de volgende
schakel van den band kan grijpen. Bij de beweging van
den aanbrengpal naar rechts wordt de patroonband door
den stoppal (in het deksel) op zijn plaats gehouden.
Gedurende de achterwaartsche beweging: Het zuigerstuk,
dat de nok van den benedenarm der aanbrengkruk mee-
neemt, beweegt zoodoende den bovenarm en daardoor den
aanbrengpal naar links. Omdat de aanbrengpal in de
schakel van den band grijpt, beweegt de band eveneens
naar links. Gedurende deze beweging wordt de voorzijde
van de patroon omlaag gebracht door de richels in het
deksel. De patroon wijst nu met den kogel omlaag naar
de kamer.
De stoppal, die door de beweging van den band naar
boven gedwongen wordt, grijpt boven in dezelfde schakel
als de aanbrengpal.
15
HOOFDSTUK V
DIRECTE STORINGSREACTIE
Benoodigdheden: Wapen goed opgesteld op instructiebok.
met steun voor het open houden van het deksel:
Hulzenzak aanbrengen.
Patroonkistje, patroonband en exercitiepatronen (zoo mo-
gelijk Speciale patronen). Reserve-onderdeelen. Voorste
gedeelte van een gescheurde huls.
Panoramaschijf.
Inleiding: Directe storingsreactie is de handeling verricht
,door den schutter om het wapen na een weigering goed
te doen werken. De schutter moet de verschillende han-
delingen instinctmatig uitvoeren en dit kan slechts bereikt
worden door voortdurend oefenen. Het wapen is zeer be-
drijfszeker en wanneer het op de juiste wijze voor het
vuren gereedgemaakt wordt en geprobeerd (door er even
mee te vuren), zullen weigeringen zelden voorkomen. De
meeste weigeringen vinden dan ook hun oorzaak in slor-
dige voorbereiding of verkeerde behandeling.
16
DIRECTS STORINGSREACTIE
Wapen stopt
Wrapen spannen, richtcn en vuren
I
Wapen vuurt niet
Wapen opnieuw spannen* deksel openen en patroonaanvoer en kamer nakijken
I--------------------
Eerste patroon schcef voor de kamer
Band losmakcn.
Opnieuw laden, richten en vuren
: 1
Patroon in de kamer
I
Probeeren dieper erin te drukken
Patroon gaat er geheel in Patroon gaat er niet in
I I
Patroonband een schakel teruglrekken, Patroon vctwijderen en nakijken
riebten en s^ren |
Gescbcurde huls is uit Gescheurde huls blijft
de kamer getrokken
.1
Opnieuw laden, riebten
en vuren
in de kamer
I
Met hulzentrekker ver-
wijderen, opnieuw laden
riebten en vuren
ZELDZAAM VOORKOMENDE WE1GERINGEN.
N.B. 1: Wanneer de patronen goed warden aangevoerd en de kamer
is leeg, slagpin nakijken.
N.B. 2: Wanneer er nog een patroon of ledtge huls in de kamer is.
patroontrekker en veer verwisselen. (bewegende) deelen naar
voren laten schieten het wapen opnieuw spannen en de kamer
nakijken.
D1RECTE STORINGSREACTIE „ 7.92 mm. BESA
AARD VAN DE WEJGERJNG OIRI-ХП'К STORINGS- reactievan fictiur- TER Of LADER WAARSCHUNLfJKE ODRZAAK WtJZi-: VAN VOORBEKKIDING V(XJR (NSIRUGI IIi
[iv lx:t IisiIrInhI iix.l «ctiftiik- iiUikiiiK vaii cxrfVilie tiMftnirn Op de schietbaon
1, Wnpcn itopt. Wapvh iptfihzi) fkbkrii cis vvrect (De bvuei^ode deelen olidoi wanneef bei wapen na xarm grwordm te zijn tiechu eckele eebuten of reel* kutle vuuretolen blijft aitfeven. WedBUftW, inRrdeukte em- troon. Afbakel m den bond. ye*fbcofde huls uit- getrokken, door het sparmeo. poUwakk^uniner, xrijvinR. \^и[кл IhiIc;i C!l Vljfltll. Nadat de rch’.iUei dm Ifekker overb^dt, de ioii'iKteui? , i.wajseit itopl’’. PJaair een exercitieptfroon tusscben de ondexe in den band (niet ah eerste patroon)
2. Wopen vuurt niet na de cerate directe storings* renette. Wapen qihiinun, l?«rxl, i*4- UVCCIMZIVIX* en k«irn:f iim- kijkrn. -
c) Eerste patroon ro*t voot de kamer. R.<n J Ь>х:имк|*1*.а luiicil, riehteri нц vn«4xi. ikod brcnyt nie‘. nan. 9 i$i>oniicxi oft vureis. De bond iu bet wopcn brengen et 3 $сЬдкек tesrugtretken. Na de cento directe storingj-- Touztie zed de instructeiir: „wopett weigert". Ni*i Y^^ypiXiJiJ.
Л) P#*fv«>CT in khirn.-i'. Wanneer eer. patroon yeheel in de kurer 55. of er in ken worden gedrutz, dan »^e tand een iinaktlteruvH46<Ti, «Juk- du it ел. richien en >vrtn Diibb*k: oonlrfonflinf’ (ver-' <i:jryx4*4l iwrijrinj, hkav irxrnS?. oehokcls of "lappe aUii’vocr, no de eerste dbecte <i лrlnjrsreacde van den shutter). Een exerchiepatoovn ж de катет pbat:en( laden en vurm. Na de eeifle dneote !>.orin.?jrrodie de m- strjcl^jr; ..м^сеп. wrivert”. ,N:et raitgesteJd.
HOOFDSTUK VI
ONDERHOUD
Benoodigdheden: Wapen goed opgesteld (op instructie-
bok).
Verschillende soorten smeermiddelen.
Doorhaalstok.
Dubbel doorhaalkoord en gaas.
Flanel en oud linnen.
Doel: Zeker te zijn, dat alle punten waarvan de goede
werking en het behoud van het wapen afhangen worden
begrepen en hieraan geregeld aandacht besteed wordt.
Opmerking: Dit onderwerp wordt verdeeld in:
Zorg voor het inwendige van den loop.
Schoonmaken en smeren.
Schoonmaken van het wapen.
Zorg voor het inwendige van den loop.
Slijtage van het inwendige van den loop: Deze is wanneer
er met het wapen gevuurd wordt onvermijdelijk en wordt
veroorzaakt door de wrijving van den kogel en de hitte
veroorzaakt door de ontbranding. Verkeerde manieren van
schoonmaken kunnen eveneens slijtage tot gevolg hebben.
Glimmend schoonhouden van het inwendige van den loop:
Wanneer de gepolijste oppervlakte van het inwendige van
den loop nieuw is, vermindert dit de mogelijkheid van
roesten en aanzetten van metaaldeeltjes. Wanneer de loop
slijt wordt de politoer minder en is grooter zorg noodig
om roestvorming te voorkomen. De politoer wordt goed
gehouden door dagelijks droog poetsen en licht inolien
Vuil worden: Er zijn drie wijzen van vuil worden nl.:
Oppervlakte vervuiling: Deze wordt veroorzaakt door de
vaste verbrandingsproducten van de lading en het slagsas
in het slaghoedje, welke achterblijven op het inwendige
van den loop. Verwaarloozing hiervan veroorzaakt roest.
Wanneer zij langer in den loop blijven zitten worden zij
20
hard on geven hetzelfde resultaat als ingevreten ver-
vuiling.
Na het vuren moeten deze verbrandingsproducten onmid-
dellijk verwjjderd worden door den loop droog. door to
halen en daarna licht in te olien.
Ingevreten vervuiling: Deze wordt veroorzaakt doordat
deelen van de verbrandingsproducten in de porien van
.het metaal gedrukt worden. Deze wijze van vuil worden
komt voor bij iederen loop waardoor gevuurd wordt, doch
is niet dadelijk zichtbaar. Wanneer er niet op wordt gelet,
zullen zij een harde, zwarte korst vormen op het inwen-
dige van den loop. Door het gebruik van kokend water
na het vuren kan veel ingevreten vuil verwijderd worden.
Na met het wapen gevuurd te hebben kan dagelijks af-
wrijven noodig zijn, totdat het zweeten ophoudt.
Metaalvervuiling: Deze wordt veroorzaakt doordat een
deel van den kogelmantel achterblijft op het inwendige
van den loop. Het is zichtbaar als een lichte streep op
de trekken en velden. Bij de monding en bij de kamer
kan het worden gezien wanneer de loop wordt schoon-
gemaakt.
In het midden van den loop kan het alleen worden ontdekt
door een kalibermeter. De loop moet nauwkeurig worden
nagezien op metaalvervuiling. Soms verklaart het onnauw-
keurig schieten. Het vuil kan met het dubbele doorhaal-
koord en gaas worden verwijderd.
Schoonmaken en smeren.
Smeermiddelen en het gebruik er van:
Mineraal vet.
Olie M. 80 of olie „А”.
Grafietvet.
Olie No. 1 voor lage temperaturen.
Petroleum.
Mineraalvet wordt gebruikt om het wapen goed te hou-
den, wanneer het in het magazijn opgelegd is.
21
Olie M. 80 of olie „А” wordt gebruikt om het wapen goed
te houden, wanneer men er niet mee behoeft te vuren.
Grafietvet wordt gebruikt om de glijdende onderdeelen en
plaatsen waar wrijving voorkomt in te vetten, wanneer
er met het wapen zal worden gevuurd. Zware motorolie
van goede kwaliteit, zooals M. 220 kan in noodgevallen
als vervangingsmiddel worden gebruikt.
Schoonmaken en smeren: De juiste toestand waarin het
wapen zich moet bevinden in bovenstaande gevallen, is*
vastgelegd in aanhangsel I.
Normaal zal het wapen dagelijks droog worden schoon-
gemaakt en opnieuw geolied. Bij een onverwachte inspectie
moet het wapen in goeden staat worden aangetroffen.
Wanneer een inspectie gelast is moeten het wapen en de
onderdeelen droog worden gelaten en mogen niet geolied
worden.
Dit laatste geschiedt na de inspectie.
Bijzondere omstandigheden:
Zandt err einen: De bewegende deelen moeten veelvuldig
worden schoongemaakt. Van grafietvet mag slechts een
spaarzaam gebruik worden gemaakt. Andere smeermidde-
ien mogen niet worden aangewend.
Koud klimaat: Olie No. 1 voor lage temperaturen, verdund
met petroleum moet in een koud klimaat als smeermiddel
worden gebruikt. Het mengsel moet bestaan uit 1 deel
petroleum op 4 deelen van deze speciale olie. Bij buiten-
gewoon lage temperatuur moet de hoeveelheid petroleum
worden vergroot. De olie wordt bewaard in normale mi-
trailleur-olieblikken, die groen geverfd zijn. Wanneer deze
olie niet beschikbaar is, is het beter heelemaal niets te
gebruiken, dan smeermiddelen aan te wenden, die stollen.
Gas: Wapenen en gereedschap kunnen worden ontsmet met
benzine, petroleum of kokend water. Bij het reinigen
met benzine moeten de lappen steeds met nieuwe benzine
overgoten en veelvuldig verwisseld worden.
Wanneer bleekpoeder wordt gebruikt moet dit na tien
- minuten worden verwijderd teneinde wegvreting te voor-
komen.
22
Schoonmaken van het wapen.
Dagelijksch schoonmaken.
Eerste methode: Het dagelijksch schoonmaken van het
wapen hangt af van den toestand waarin dit verkeert.
Wanneer het wapen schoon is en opgeborgen op een droge
en schoone plaats, is het alleen maar noodig het te span-
nen on den loop te olien. Om het inwendige van den loop
te olien wordt een stuk flanel (7X4 cm), in de lengte
gevouwen, door het oog van den doorhaalstok gehaald
en om het eind van den stok gewikkeld. Bij het inbrengen
van den doorhaalstok moet er voor gezorgd worden de
monding van den loop niet te beschadigen.
Tweede methode: Wanneer het wapen gebruikt is voor
instructiedoeleinden of nat en stoffig is geworden moet
het dagelijks uit elkaar worden genomen. Verwijder alle
vuil uit den loop met geolied flanel. Om slijtagc van de
monding te voorkomen moet de doorhaalstok of het door-
haalkoord bij de kamer worden ingebracht en moet er
voor worden gezorgd den stok niet geheel door den loop
been te steken, daar anders het flanel steeds opnieuw
moet worden bevestigd. Maak den loop droog met een
stukje flanel (10 X 5 cm) en olie daarna licht in.
Staartstuk en bewegende deelen worden droog schoonge-
maakt en daarna geolied. Petroleum kan worden gebruikt
om hard geworden olie, die de onderdeelen in hun bewe-
ging zou belemmeren, te verwijderen.
Voor het vuren: Het wapen wordt droog schoongemaakt.
De volgende onderdeelen worden licht met grafietvet in-
gesmeerd:
De opstaande borst en wrijvingsvlakken van den afsluiter.
De wrijvingsvlakken van het zuigerstuk.
De geleidrichels van den loop en de geleidingen van het
staartstuk.
Na het vuren: Onmiddellijk na het vuren moeten het in-
wendige van den loop en de kamer droog worden schoon-
gemaakt on geolied om vuil aan de oppervlakte te ver-
wijderen.
23
Na terugkeer in de kwartieren wordt de loop met kokend
water goed schoongemaakt om ingevreten vuil te ver-
wijderen.
Maak eerst den loop droog schoon en giet er dan met
een trechter vanuit de kamer kokend water doorheen.
Maak droog schoon en kijk het inwendige van den loop
na op metaalvuil. Dit wordt verwijderd door gebruik te
maken van gaas en het dubbele doorhaalkoord. IJzer-
draadgaas (verstrekt in stukken van 5 X 3y2 cm) mag
nooit worden gebruikt zonder te zijn ingeolied. Om het
gaas te bevestigen draait men de korte zijde naar binnen,
zoodat de lange zijde een ,,S” vormt. ledere helft van het
gaas wordt vast om de lus van het koord gerold, tot
beide rollen tegen elkaar komen. Zet den loop vast in
een bankschroef. Wanneer deze niet aanwezig is kan een
man den loop horizontaal achter zijn rug houden, hem
met gebogen armen vastklemmend. Laat, na het gaas
geolied te hebben, het koperen gewicht van het doorhaal-
koord vanuit de kamer door den loop zakken. Het koord
wordt daama door twee man heen en weer getrokken,
zoodat de beweging van het gaas door den loop kan wor-
den bepaald tot de plaats waar de metaalvervuiling is.
Na korten tijd gebruikt te zijn zal het gaas slap worden.
Het moet dan losgerold worden en met een weinig flanel
er tusschen — om den omvang te vergrooten — opnieuw
worden dichtgerold. Wanneer het doorhaalkoord begint te
slijten, moet een nieuw doorhaalkoord gebruikt worden.
Wanneer het in den loop afbreekt moet het door den
gcweermaker en niet door den schutter worden verwijderd.
Wanneer het niet mogelijk is de metaalvervuiling op deze
wijze te verwijderen moet het wapen aan den geweermaker
gegeven worden.
Nadat het wapen is nagezien worden de onderdeelen in-
geolied.
Voortgezet schoonmaken na het vuren: Zorgvuldig schoon-
maken van loop en voorzijde van den afsluiter is noodig
gedurende tenminste 10 dagen na het vuren. Alle voor-
zorgsmaatregelen moeten getfoffen worden om roestvor-
ming te voorkomen.
24
HOOFDSTUK VII
HANTEEREN VAN HET WAPEN.
De hanteering van de 7.92 mm BESA mag nooit afzon-
derlijk onderwezen worden, wanneer het wapen gekoppeld
is met de 2- of 6 ponder (zie Ontwerpvoorschrift no. 1669
en 1674). De volgende wijze van laden en ontladen van
den mitrailleur moet. gevolgd worden:
Laden: Druk den duimpal, die zich aan de linkerzijde van
de beugelkrop bevindt, naar voren en schuif de beugelkrop
geheel naar voren.
Trek de beugelkrop naar achter tot deze door den duimpal
wordt gegrepen.
Trek de lip van den patroonband door den bandaanbrenger
en vervolgens met een ruk naar links.
Opm.: Wanneer de patroonband leeg is zullen de bewe-
gende deelen naar voren en zal de kamer gesloten zijn.
Derhalve moet het wapen weer gespannen worden voor-
dat opnieuw geladen wordt.
Ontladen: Span, indien noodig, het wapen. Open het dek-
sel en hang de sluitpen aan den ring van den ketting aan
het dak van den koepeLHet is van belang dat de beugel-
krop naar achter wordt gehouden tot de patroonband
verwijderd is en over het wapen is gehangen. Voel met
een vinger in de kamer om er zeker van te zijn, dat deze
leeg is. Sluit het deksel, schuif de bewegende deelen naar
voren en trek de beugelkrop naar achter.
Afgeven van enkele schoten: Voor oefeningsdoeleinden kan
het noodig zijn schot voor schot af te geven. Verwijder
hiervoor den aanbrengpal. Het wapen moet na ieder schot
opnieuw gespannen en de band naar links getrokken
worden.
25
AANHANGSEL I.
ONDERHOUDSTABEL
onderdeel van HET WAPEN KLAAR ОМ TE VUREN ONMIDDELLIJK NA HET VUREN NORMAAL KLAAR VOOR INSPECTIE VOOR LANGEREN TUD OPGELEGD
Inwendige van den loop en door eras aanyclastc onderdeelen Droog en schoon G colied Geolied Droog en schoon Dik ingevet met 50 % mineraalvet en 50 % M. 80 (verhooding af- wegen)
Bewegende deelen Wrijvingsvlakken licht insmeren met grafietvet Geolied Geolied Droog on schoon Idem
Uitwendige van den loop en affuit Droog en schoon Geolied Geolied Droog en schoon Idem
Blanke of geblauwde oppcrvlakkcn Licht ingeolied Geolied Geolied Droog en schoon Idem
Reserve onderdeelen Licht ingedlied Licht ingeolied Geolied Droog en schoon Idem
Telescopen Gemonteerd Gemonteerd Ingepakt in List of opgclcgd in magaziin Gemonteerd Ingepakt in kist of op- gelegd in Tnagazijn
AANHANGSEL П
Besa Mitrailleur 7.92 mm M. 3, 3* en 4.
Sluitveer: De sluitveer M 1 past op de Besa M 3*; de
sluitveer M 2 op de Besa M 3. De lengte van nieuwe veeren
is resp. 530 mm en 485 mm.
Gasregelaar: Er zijn twee doorlaatopeningen voor het
gas. Gewoonlijk wordt bij het vuren de kleinste opening
gebruikt.
Sluitveergeleiderblok: In dit blok zijn twee bufferveeren
aangebracht om de voorwaartsche beweging van de be-
wegende deelen te versnellen. Aan de voorzijde van het
blok is een mouw aangebracht om het achtereinde van
het zuigerstuk bij de achterwaartsche beweging te ge-
leiden.
Bandgeleider: In de linkerzijde van het staartstuk is een
groef gemaakt voor den pal van de bandgeleiders M. 1.
Vuursnelheid: M 3 en 4: 750 schoten per minuut.
M. 3 heeft een verminderde vuursnelheid van 450/550
schoten per minuut. Deze is verkregen door het geleiblok
M. 4 zonder vuurversneller te gebruiken.
M. 4 is het productiemodel van M. 3.
27
I
I
7.92mm BESA М2
8AN0AAN8RENCER
AANBPENGSCHUrf
UN KER BANDCELElDER
A. AN BREN OPAL
SLUriVEERGEieiOERBLOK EN SLUITVEERGELEIDER