/
Теги: wapen mitrailleurkarabijn
Год: 1943
Текст
NO. 805.
ONTWERP-VOORSC4RIFT
VOOR DE
MITRAILLEURKARABIJN van 11,43 mm.
(THOMPSON SUBMACHINE GUN).
(Aanschriiving M.v.O. van 8 Juli 1943. Iе Afd. Nr. 1J
LONDEN
1943
DEPARTEMENT VAN OORLOG.
le Afdeeling.
No. i.
De Minister van Oorlog
heeft goedgevonden vast te stellen het bij deze
beschikking behoorende Ontwerp-voorschrift voor de
mitrailleurkarabijn van 11,43 mm. (Thompson sub-
machine gun).
Londen, 8 Juli 1943.
voor den Minister,
de Luitenant-Generaal,
(get.) J. F. van der VijVER.
INHOUD.
Biz.
I. Algemeen 3
IL Beschrijving ... 3
Ш. Werking 6
IV. Uit clkaar nemen en in elkaar zetten 7
V. Onderhoud ... 10
VI. Valien en ledigen van het magazijn 12
VII. Laden en ontladen 12
VIII. Storingen 13
IX. Richten en vuren
14
3
DE MITRAILLEURKARABIJN VAN 11,43 mm.
(Thompson submachine gun).
I. ALGEMEEN.
1. De mitrailleurkarabijn van 11,43 mm. is cen kort gemakkelijk te
hanteeren wapen met een groote vuurkracht. Met het wapen kan
“ automatisch ” (full auto) en “ schot voot schot ” (single) gevuurd
worden.
De loop is voorzien van koelribben en aan de voorzijde van het
wapen is een grcep aangebracht, zoodat bij het vuren de warme loop
niet behoeft te worden vastgehouden.
Het wapen is tijdens het afgaan van het schot niet gegrendeld.
2. Eenige gegevens.
Kaliber loop : 11,43 mm. (0,45 inch).
Gewicht * 4j5 kg.
Gewicht gevuld magazijn (20 patronen): 567 gr.
Gewicht gevuld trommelmagazijn (50 patronen): 2155 gr.
Lengte wapen : 857 mm.
Lengte wapen zonder kolf: 635 mm.
Vuursnelheid : 700 patronen per minuut.
II. BESCHRIJVING
3. Het wapen bestaat uit:
— loop met koelribben en opslagdemper;
— staartstuk met greep ;
— afsluiter met H-stuk, spangreep en spanveer;
— afvuurinrichting;
— kolf;
— magazijn ;
— richtmiddelen.
In de fig. 1 zijn de benamingen van de onderdcelen aangegeven.
4
5
fig. la.
fig. lb.
6
fig. Id.
Ш. WERKING.
4. Bij de verklaring van de werking van de mitrailleurkarabijn
wordt uitgegaan van het wapen in ongeladen toestand, den vuurregelaar
op “ schot voor schot ” gesteld, den afsluiter in den voorsten stand en
opgeplaatst, gevuld magazijn.
Door den spangreep achterwaarts te trckken, wordt de afsluiter
mede naar achteren bewogen. De spanveer wordt gedurende deze
achterwaartsche bcweging gespannen. De afsluiter wordt in zijn
achterwaartschen stand vastgehouden door den trekkernok. Drukt
men nu op den trekker, dan zal de trekkernok uit de spanning treden
en de afsluiter zal onder werking van de spanveer naar voren gedreven
worden. Tijdens deze voorwaartsche beweging zal de voorkant van
den afsluiter de eerstc patroon uit het magazijn en in de kamer drukken,
terwijl de patroontrekker grijpt in de rondgaande groef van de huls.
Tijdens het laatste deel van de voorwaartsche beweging van den
afsluiter, stoot de hamer tot slagpin tegen het staartstuk. De hamer tot
slagpin drukt de slagpin voorwaarts, de slagpinpunt treft het slaghoedje
en het schot gaat af. Wannccr de afsluiter zich in den voorsten stand
bevindt, zijn de nokken van het H-stuk in de onder 45 graden naar
beneden gaande groeven van het staartstuk. Het H-stuk is dan in
zijn laagsten stand in den afsluiter.
Door de gasdruk op den hulsbodem van de patroon, bij het afgaan
van het schot, wordt de afsluiter achterwaarts bewogen. Deze
achterwaartsche beweging wordt echtcr in den beginne afgeremd door
den weerstand, dien het H-stuk met nokken ondervindt in de groeven
van het staartstuk en de groeven onder 70 graden in den afsluiter
(de groeven in den afsluiter en de grocven in het staartst-uk vcrmen
een wig waartusschen het H-stuk naar boven geperst moet worden).
De spanveer drnkt het spangreepstuk tegen den brug van het H-stuk,
waardoor de beweging naar boven en achterwaart-s van het H-stuk
nog meet afgeremd wordt. Wanneer de nokken van het H-stuk in de
langsgroeven van het staartst-uk komcn is de afremmende werking
van het H-stuk ten eindc en zal de afsluiter door den gasdruk verder
achterwaarts worden bewogen, waarbij de spanveer opnieuw gespannen
wordt.
In zijn achterwaartschen stand zal de trekkernok in de spanning
treden, wanneer de trekker, na bet afgaan van het schot, is losgelaten :
het wapen is dan weer tot vuren gereed.
Wordt de trekker, na het afgaan van het schot, met losgelaten,
dan zal de trekkernok in de spanning treden, wanneer de afsluiter in
zijn achterwaartschen stand is. De afsluiter drukt nl., tijdens zijn
voorwaartsche beweging, den vuurregelaamok naar beneden, waardoor
de beweging van den trekkernok onafhankelijk wordt van den trekker.
De trekkernok kan nu door den daar onder gelegen veer in de spanning
gedrukt worden wanneer de afsluiter in zijn achterwaartschen stand is.
Oni een volgend schot af te geven, moet de trekker opnieuw ingcdrukt
worden.
Is de vuurrcgclaar op “ autoinatisch ” gcplaatst, dan zal wanneer
de trekker ingedruke blijft, de trekkernok niet in de spanning kunnen
treden. De vuurregelaarnok is in dit geval een weinig naar beneden
bewogen (door het omleggen van den vuurregclaar), zoodat de afsluiter
dezc nok niet raakt tijdens zijn voorwaartsche beweging.
Wanneer bet wapen gespannen is, kan het op “ veilig ” gesteld
worden, door den veiligheidspal op “ safe ” (veilig) tc plaatsen. Het
is in dit geval niet mogelijk den trekker in te drukken, zoodat het
wapen niet afgevuurd kan worden.
De veiligheidspal kan niet op “ veilig ” gesteld worden wanneer
de afsluiter zich in zijn voorsten stand bevindt.
IV. UIT ELKAAR NEMEN EN IN ELKAAR ZETTEN.
5. Het uit elkaar nemen.
— Neem het magazijn af en zie toe, dat het wapen ontladcn is ;
stel den veiligheidspal op “ vuren” (fire) en den vuurregehar
op “ automatisch ” (full auto) ;
— druk den bodeinpal in en schuif den kolf naar achteren af ;
8
— plaats het wapen ondersteboven op een tafel of soortgelijk
voorwerp ;
— druk den staartstukpal met een hand in en schuif met de andere
de afvuurinrichting af, daarbij den trckker indrukkende ;
— plaats de monteerpen in de opening van de geleidpen tot
spanveer;
— druk met behulp van de geleidpen de span veer zoover in, dat
deze pen vrijkomt van zijn ligplaats in het staartstuk ;
— neein geleidpen, fiberschijf en span veer uit; laat spanveer bij
het uitnemen geleidelijk ontspannen;
— schuif den spangreep in zijn achtersten stand en neem den
afsluiter uit;
— schuif den spangreep in zijn voorsten stand en neem het H-stuk
uit;
— schuif den spangreep weer in zijn achtersten stand en neem het
spangreepstuk met spangreep uit;
— druk met behulp van de monteerpen de hamerstift uit zijn
ligplaats en neem hamer, slagpin en slagpinveer uit;
— verder uit elkaar nemen is niet geoorloofd.
Opmerking: Is het wapen zeer vuil, dan mogen uitwerper,
patroontrekker en veer met olievilten uitgenomen worden
onder deskundig toezicht.
6. Het in elkaar zetien.
Bit dient in omgekeerde volgorde te geschieden, rekening houdende
met de volgende punten :
— het H-stuk moet geplaatst worden met het woord “ up ”
naar bo ven en met de pijl in de richting van den loop ;
— de veer met olievilten moet in het staartstuk geplaatst worden
met de lange zijden van de viltstukken zoo dicht mogelijk
bij de sleuf. tot spangreep ;
— bij het plaatsen van de spanveer en de geleidpen, moet de
monteerpen geplaatst worden in de opening in de geleidpen,
nadat de span veer met de hand sterk gespannen is (fig. 2).
9
10
V. 0NDERH0UD.
7. De mitrailleurkarabijn moet met een zachten lap goed schoon
gehouden worden. Om het wapen grondig te reinigen, dient het uit
elkaar te worden gen omen.
Om den loop en de kamer te reinigen dient gebruik gemaakt te
worden van een doorhaalkoord en een flanellen lapje.
Speciale aandacht moet besteed worden aan :
— den voorkant van den afsluiter;
— de trekkerinrichting;
— de olievilten.
Het wapen moet licht geolied worden en het H-stuk dient ingevet
te worden met grafietvet.
Voor het vuren moet de loop droog doorgehaald worden.
De benoodigde olio bevindt zich in een koperen busje, dat opge-
bergen is in den kolf van de mitrailleurkarabijn en bij de uitrusting
bchoort.
8. Ontsmetten na een gasaanval.
— Wrijf de handcn goed in met anti-gaszalf, zoodat een zichtbare
laag aanwezig is;
— de karabijnriem, blijft, indien ze niet te zeer besmet is, aan
het wapen; dep met gras of vodden (niet met het poetskatoen
dat bij het gasmasker hoort, en voor persoonlijke ontsmetting
dicnt) de eventueele gasvloeistof van het wapen ;
— wrijf zeer stevig de besmette deelen van het wapen in met
zalf (de zalf moet zeer goed in het hout worden gewreven);
— verwijdcr de zalf van de metalen deelen met gras, papier, enz.
en vet opnicuw in ; verwijder niet de zalf van het houtwerk;
— veeg overtollige zalf van de handen met poetskatoen en wrijf
gedurende een halve minuut nieuwe zalf op de handen;
— veeg eventueele gasvloeistof van de munitie en verschiet deze
op de eerste plaats.
11
fig. 5 .
12
VI. VULLEN EN LEDIGEN VAN HET MAGAZIJN.
9. Het vullen.
— Houd het magazijn*in de linkerhand met den aanbrenger
naar boven gekeerd ;
— druk met de huls van een patroon den aanbrenger in en schuif
de patroon onder de omgcbogen randen van het magazijn tot
zij stuit;
— ga hiermede door tot er 20 patronen in het magazijn zijn.
Opmcrking: Het is niet geoorloofd meer dan 20 patronen in het
magazijn te plaatsen.
10. Het ledigen.
— Houd het magazijn in de linkerhand ;
— schuif met den duim van de rechterhand de eerste patroon uit
het magazijn ;
— ga hiermede door tot het magazijn ledig is.
VII. LADEN EN ONTLADEN.
11. Het laden.
— Houd het wapen vast met de rechterhand, den loop naar
beneden en naar voren gericht, wijsvinger langs den beugelkrop
(fig- 3);
— neem een gevuld magazijn in de linkerhand;
— draai het wapen een kwart slag naar rechts (fig. 4) en plaats
het magazijn (let er op, dat de magazijnpal inspringt);
— span het wapen en stel den veiligheidspal op “ veilig ” ;
— draai het wapen weer in de uitgangshouding (fig. 5).
12. Het ontladen.
— Houd het wapen in de uitgangshouding ;
— draai het wapen een kwart slag naar rechts ;
— druk den magazijnpal met den duim van de linkerhand
omhoog en neem met deze hand het magazijn af (fig. 6);
— span het wapen zoonoodig en kijk of er zich een patroon in de
kamer bevindt;
13
— neem den spangreep in de linkerhand, druk op den trekker en
laat den spangreep onder controle miar voren gaan ;
— breng het wapen in de uitgangshouding terug.
VIII. STORINGEN.
13. Wanneer het wapen ophoudt te vuren of weigert te vuren met den
spangreep in zijn achiersten stand:
— stel den veiligheidspal op “ veilig ” ;
— neem het magazijn af;
— plaats een nieuw magazijn ;
— stel den veiligheidspal op “ vuren ”.
14. Wanneer het wapen ophoudt te vuren of weigert te vuren met
den spangreep in zijn voorsten stand :
— neem het magazijn af;
— span het wapen en stel den veiligheidspal op “ veilig ” ;
— controleer of het magazijn op de juiste wijze gcvuld is ;
— controleer of er zich een patroon of huls in de kamer bevindt
(zooja, deze verwijderen);
— controleer patroontrekker en slagpinpunt;
1-1
— plaats het magazijn ;
— stel den veiligheidspal op “ vuren ”.
Opmerking : Wcigert het wapen na enkele schoten opnieuw dan
den voorkant van den afsluiter en de kamer schoon-
niaken, benevens de trekkerinrichting controlecren.
IX. RICHTEN EN VUREN.
15. Op aistanden van 25-45 meter wordt bij het richten gebruik
gemaakt van den spangreep als vizier (fig. 7).
Op afstanden boven 45 meter wordt gebruik gemaakt van het
vizier. J)e verdeelingen op het vizier zijn aangegeven in 100-tallen
yards (fig, 8), van 50 yards (standvizier) tot 600 yards (45—540 meter).
16. Met de mitrailleurkarabijn kan in 2 verschillende houdingen
worden gevuurd nl. “ van de heup ” en “ van den schouder”.
Tot 25 meter kan vuur worden afgegeven “ van de heup”. In
geval contact met den vijand vcrwacht kan worden, wordt het wapen
tegen de heup gehouden, zooals hieronder is aangegeven (aanslaghoud-
ing.)
•01 -?Т|
•(>
16
Van de heup (aanslagbouding).
— Plaats den linkervoet naar voren ;
— buig de linkerknie en breng het gewicht van het lichaam over
op den linkervoet;
— omvat met de rechterhand den beugelkropgreep, met den
wijsvinger oin den trekker ;
— druk met den reohteronderarm den kolf tegen de rechter
heup ;
— omvat met de linkerhand den staartstukgrcep ;
— druk den linkerbovenarm stevig tegen het lichaam, zoodat de
stand van het wapen ten opzichte van het lichaam steeds
dezclfde blijft (om vuur te brengen in een andere richting moet
de schutter zich met het wapen in de schootsrichting draaien);
— den loop richten op het midden van het doel (fig. 9).
Van den schouder.
Bij het vuren van den “ schouder ” is de stand van het lichaam
de zelfde als bij het vuren “ van de heup,” echter is de
rechterarm opgeheven en de kolf stevig tegen den rechter-
schouder gedrukt (fig. 10).
Het gebruik van vizieroogdop en vizierkorrel gcschiedt op gelijke
wijze als bij het gcweer.
De mitrailleurkarabijn wordt als regel niet gebruikt voor afstanden
boven 100 meter.
17. Wijzen van vuren.
Men kan vuren “ schot voor schot ” (single) of “ automatisch °
(full auto). Voor het eerste geval moet de vuurregelaar naar achtcren
gedraaid worden, in het twcede geval naar voren.
Bij voorkeur wordt, om nauwkeurig gericht vuur te kunnen
afgeven, munitie te bcsparen en de aanwezigheid van een automatisch
wapen te vcrbergen, gevuurd “ schot voor schot ”.
Wanneer “ automatisch ” gevuurd wordt, worden bij voorkeur
vuurstooten van 3 a 4 patronen afgegeven.
Het wapen kan allcen op “ veilig ” worden gesteld, wanneer de
spangreep zich in zijn achtersten stand bevindt. De veiligheidspal
dient daartoe naar achteren gedraaid te worden (safe).
Om het -wapen op “ vuren ” te stellen, dient de veiligheidspal naar
voren gedraaid te worden (fire).
Gedrukt in Engcland door Watcrlow & Sons Limited, Louden.